(editorial)
het is tegenwoordig blijkbaar normaal dat er een niet normale man in een opvallend rode jas op een normale woensdag op mij afloopt en hardop begint te tellen: drie, zes, zes, vijf, vier, twee, zeven.
Daarna is hij stil, en nu? vraag ik hem. Uit zijn rode jas haalt hij een boek. Normaal gezien zou ik niks doen, maar op deze niet normale woensdag stop ik het boek zonder titel in mijn tas.
(image)
hand in hand, altijd samen,
gaat de tijd voorbij. Ze laat me alles weten, antwoordt al mijn vragen. Op een dag laat ze me weten: doe eens dit en doe eens dat. Ik luister zonder na te denken. Ze laat mij tientallen voorwerpen tevoorschijn halen en dwingt mij in alle spoed röntgenfoto’s van de beha te maken. Vanaf dat moment was de tijd aangebroken om haar vaker uit te zetten en te beginnen aan een boek.
(type)
je hebt mensen die goed kunnen dansen, rennen, flirten, lachen, koken, de weg wijzen, niet de weg kunnen wijzen, drinken, zorgen, maar één ding waar mensen goed in zijn is het alfabet van begin tot eind uit het hoofd kennen.